Inhoud
Gebruiksbesluit
Op 1 november 2008 is (fase 1 van) het Gebruiksbesluit in werking getreden. Hiermee zijn er landelijk eenduidige regels voor het brandveilig gebruik van gebouwen, open erven en terreinen en worden de brandveiligheidseisen in elke gemeente gelijk.
In het kort
De Woningwet schrijft voor dat gemeenten voorschriften over brandveilig gebruik van bouwwerken moeten opnemen in de gemeentelijke bouwverordening. Deze voorschriften verschillen per gemeente. Het Gebruiksbesluit, trekt op landelijk niveau de voorschriften voor het brandveilig gebruik van bouwwerken gelijk (uniformering). Daarmee verdwijnen (onnodige) verschillen tussen plaatselijke bouwverordeningen.
De algemene regels zorgen, in combinatie met een meldingsplicht, voor een voldoende brandveilig gebruik. Daarnaast behoudt de gemeente de bevoegdheid "aanvullende eisen" te stellen aan het brandveilig gebruik. Er is dan ook geen sprake van een lager niveau van brandveiligheid.
De huidige praktijk met afzonderlijke gebruiksvergunningen blijft nog slechts in 20 procent van alle gevallen; in alle overige gevallen gelden in het vervolg algemene regels en vervalt de vergunningplicht. In plaats van de gebruiksvergunning komt een meldingsplicht. Een gebruiksvergunning is alleen nog nodig voor de meest risicovolle vormen van gebruik.
De landelijke uniformering van de voorschriften voor brandveilig gebruik leidt in principe niet tot nieuw beleid.
Het Gebruiksbesluit hanteert grotendeels dezelfde brandveiligheidsregels als de Model-bouwverordening (Mbv) van de VNG. Het was dus niet de intentie om dat brandveiligheidsniveau bij de uniformering te verlagen of te verhogen.
Verdere ontwikkelingen
Het Bouwbesluit wordt op termijn samengevoegd met het Gebruiksbesluit. Om de regeldruk te verminderen werkt VROM/WWI aan een samenhangend pakket van wijzigingen van de bouwregelgeving. Dat pakket bestaat uit wijziging van het Bouwbesluit 2003 en invoering van de tweede fase (de verdere vereenvoudiging) van het Gebruiksbesluit. Fase 2 betreft de afstemming van de bouwtechnische, installatietechnische en gebruikstechnische eisen.
De gebruiksvergunning en melding gaan ingebed worden in de omgevingsvergunningprocedure. De daarvoor benodigde wetswijzigingen zijn al in procedure gebracht (ontwerp-Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; wijziging Woningwet).
Voordelen landelijke uniformering
Het landelijk uniformeren van de voorschriften over het brandveilig gebruik van bouwwerken heeft diverse voordelen:
- één set landelijk geldende voorschriften
- eind aan lokale verschillen
- minder verbrokkeling van brandveiligheidsvoorschriften
- meer rechtszekerheid en rechtsgelijkheid
- betere mogelijkheden voor voorlichting en ondersteunende ICT-toepassingen
- betere afstemming met Bouwbesluit 2003 en milieuvoorschriften
- minder administratieve lasten voor bedrijven
Wat houdt de uniformering in?
Beperking aantal gebruiksvergunningplichtige situaties
Met name als gevolg van de cafébrand te Volendam is de afgelopen jaren de aandacht voor de figuur 'gebruiksvergunning' sterk toegenomen. Gemeenten zagen zich voor een forse inhaalslag bij de afgifte van gebruiksvergunningen geplaatst. De omvang en de duur van die inhaalslag en de bijbehorende uitvoeringsaspecten (capaciteitsbeslag) én het streven naar beperking van regel- en administratieve lastendruk, leidde tot de wens de figuur 'gebruiksvergunning' nader te bekijken.
Naar huidig inzicht is de gebruiksvergunningplicht voor het gebruik van bouwwerken waarin meer dan 50 personen tegelijk zullen verblijven, niet meer strikt noodzakelijk. Algemene regels in combinatie met een meldingplicht zorgen in de meeste gevallen voor een voldoende brandveilig gebruik van die bouwwerken. Burgemeester en wethouders hebben, indien nodig in het concrete geval, de bevoegdheid aanvullende eisen te stellen aan dat gebruik.
Juridische werking
De voorschriften van het Gebruiksbesluit komen in de plaats van de huidige gemeentelijke voorschriften over het brandveilig gebruik van bouwwerken, open erven en terreinen.
Het Gebruiksbesluit is gebaseerd op artikel 8, achtste lid, van de Woningwet. Dat betekent dat de bevoegdheid van de gemeenteraad om in de bouwverordening voorschriften over het brandveilig gebruik van bouwwerken, open erven en terreinen te geven vooralsnog in stand blijft, maar dat de bouwverordening met het Besluit in overeenstemming moet worden gebracht. Zolang die verordening niet met het Besluit in overeenstemming is gebracht, geldt het Besluit rechtstreeks en dienen de voorschriften van de bouwverordening buiten toepassing te blijven.
Het nieuwe Gebruiksbesluit heeft de volgende belangrijkste gevolgen:
- Een gebruiksvergunning is meestal niet nodig. Wanneer echter in gebouwen kwetsbare groepen mensen worden gehuisvest, blijft het noodzakelijk een gebruiksvergunning aan te vragen.
- Voor gebouwen waar meer dan vijftig mensen verblijven, geldt een meldingsplicht over het gebruik en de brandveiligheidsmaatregelen;
- Voor de meldingsplicht wordt een landelijk formulier ontwikkeld, waarop gemeenten geen wijzigingen mogen aanbrengen. Dit formulier is gebruiksvriendelijk en zal ook een programma bevatten waarmee de ondernemer zelf (digitaal) op tekeningen van zijn gebouw kan aangeven waar brandpreventiemaatregelen zijn genomen. Hiermee wordt voorkomen dat een bureau moet worden ingehuurd;
- De melding moet uiterlijk vier weken voor ingebruikname van een gebouw geschieden, na melding kan het gebouw in gebruik worden genomen;
- Brandweer Ede toetst de melding en controleert voor ingebruikname ter plekke;
- Wanneer brandweer Ede constateert dat het gemelde gebouw onvoldoende brandveilig is, leggen zij aanvullende brandveiligheidseisen op voor het gebruik van dat gebouw.
Systemathiek van het besluit
Het besluit bestaat uit drie hoofdstukken. Hoofdstuk 1 betreft algemene bepalingen, hoofdstuk 2 betreft het brandveilig gebruik van bouwwerken en hoofdstuk 3 bevat de overgangs- en slotbepalingen.
Hoofdstuk 1 algemene bepalingen
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen, bevat in het eerste artikel de begripsbepalingen. Ook zijn voorschriften met betrekking tot de reikwijdte van de in dit besluit gegeven voorschriften opgenomen, een gelijkwaardigheids- en een experimenteerbepaling.
Hoofdstuk 2
In hoofdstuk 2 zijn de materiële en procedurele voorschriften over het brandveilig gebruik van bouwwerken en over de brandveilige opslag van brandbare niet-milieugevaarlijke stoffen opgenomen. Deze voorschriften zijn zo geformuleerd dat zij rechtstreekse werking hebben, het is niet nodig dat zij eerst als voorwaarde in een gebruiksvergunning zijn opgenomen of als nadere voorwaarde zijn opgelegd na een gebruiksmelding.
De materiële voorschriften van de paragrafen 2.1 tot en met 2.8 gaan in op alle aspecten van het brandveilig gebruik; zowel op het beheer, het onderhoud en de controle van installaties als op de inrichting van ruimten. Ook worden bijvoorbeeld eisen gesteld aan voor de brandweer noodzakelijke voorzieningen, zoals de bereikbaarheid van een bouwwerk voor de brandweer.
In paragraaf 2.9 is een vangnetbepaling opgenomen. Met deze vangnetbepaling is beoogd een algemene verbodsbepaling te maken die toeziet op de brandveiligheid van individuele gebruikssituaties waarin niet is voorzien door de specifieke voorschriften van dit besluit. Het is niet de bedoeling dat een gemeente op grond van deze paragraaf generiek aanvullende of nadere eisen stelt in situaties waarvoor al andere voorschriften in dit besluit zijn opgenomen. Ook moeten de door de gemeenten op basis van de vangnetbepaling geëiste maatregelen altijd in verhouding staan tot het te bestrijden risico. De gemeente zal bij een beroep op de vangnetbepaling bovendien de noodzaak daarvan moeten aantonen.
Paragraaf 2.11 gebruiksvergunning
In paragraaf 2.11 is de gebruiksvergunning opgenomen. Het is niet toegestaan om zonder of in afwijking van een gebruiksvergunning een bouwwerk in gebruik te hebben of te houden in de in die paragraaf beschreven gevallen. Omdat zoals hierboven aangegeven op basis van dit besluit samen met de andere van toepassing zijnde voorschriften in principe een voldoende mate van brandveiligheid mag worden aangenomen is ervoor gekozen slechts voor de meest risicovol geachte vormen van gebruik een gebruiksvergunning voor te schrijven. Het gaat hier om grotere brandveiligheidsrisico"s door de aanwezigheid van mensen in een kwetsbare situatie of kwetsbare mensen in een bouwwerk. In dergelijke gevallen is op grond van het vergunningvereiste een preventieve beoordeling mogelijk.
Het gaat dan om:
- het bedrijfsmatig of in het kader van verzorging verstrekken van nachtverblijf aan meer dan 10 personen en
- om het verschaffen van dagverblijf aan meer dan 10 personen jonger dan 12 jaar (kinderdagverblijven en basisscholen) of
- aan meer dan 10 lichamelijk of verstandelijk gehandicapte personen.
Aanvraag gebruiksvergunning
Een aanvraag moet worden gedaan op een door de minister vastgesteld formulier. Burgemeester en wethouders stellen dit formulier op zijn verzoek aan de aanvrager ter beschikking. De gemeente mag niets aan het formulier veranderen of toevoegen, behalve de adresgegevens en het logo van de gemeente.
Wijzigen en intrekken gebruiksvergunning
Een gebruiksvergunning heeft in principe een onbeperkte geldigheidsduur, de vergunning kan echter wel worden gewijzigd of ingetrokken. Burgemeester en wethouders kunnen de gebruiksvergunning wijzigen bij een verandering van inzichten of omstandigheden.
Paragraaf 2.12 Gebruiksmelding
In paragraaf 2.12 is de gebruiksmelding opgenomen. In een beperkt aantal andere gevallen, waarbij er sprake is van een relatief hoge voorgenomen bezetting van een bouwwerk is ervoor gekozen om het gebruik van dat bouwwerk meldingsplichtig te maken. Ook een gebruiksmelding is slechts in een relatief beperkt aantal gevallen voorgeschreven.
Dit is:
bij een beroep op de gelijkwaardigheid als bedoeld in artikel 1.4,
wanneer meer dan 50 personen tegelijk in een bouwwerk aanwezig kunnen zijn en bij kamergewijze verhuur.
Met de gebruiksmelding wordt het bevoegd gezag geïnformeerd over het voorgenomen gebruik van een bouwwerk.
Na deze melding zal brandweer Ede een controle uitvoeren of het (voorgenomen) gebruik daadwerkelijk aan de voorschriften van dit besluit voldoet.
Indiening gebruiksmelding
Een gebruiksmelding dient ten minste vier weken voor de voorgenomen aanvang van het gebruik schriftelijk moet worden ingediend bij brandweer Ede. De melding moet worden gedaan op een door de minister vastgesteld formulier. Brandweer Ede stelt dit formulier op zijn verzoek aan melder ter beschikking.
Bij een melding moeten gegevens en bescheiden worden aangeleverd op basis waarvan de gemeente zich een deugdelijk oordeel over de mate van brandveilig gebruik zal kunnen vormen.
Aangezien de gemeente bij het afhandelen van een melding geen dienst jegens de melder verricht, is de melder voor het doen van een melding geen leges verschuldigd.
Bij de melding van een gelijkwaardige oplossing moeten de naar het oordeel van burgemeester en wethouders benodigde gegevens en bescheiden moeten worden verstrekt die dit aannemelijk maken.
Voorwaarden na gebruiksmelding
Brandweer Ede beoordeelt of het gemelde voorgenomen gebruik van een bouwwerk waarin meer dan 50 personen tegelijk aanwezig zullen zijn wel voldoende brandveilig kan worden geacht. Wanneer het voorgenomen gebruik niet voldoende brandveilig is, beoordeeld naar de uitgangspunten van dit besluit, kan brandweer Ede beslissen nadere voorschriften over het brandveilig gebruik op te leggen.
Deze nadere voorwaarden mogen uitsluitend worden opgelegd wanneer zij in het concrete geval noodzakelijk zijn in het kader van het voorkomen, beperken en bestrijden van brand, brandgevaar en ongevallen bij brand.
Mits zij in dat kader noodzakelijk zijn kunnen deze voorwaarden, afhankelijk van de omstandigheden in het concrete geval ook een beperking van het voorgenomen gebruik inhouden. Waaronder een beperking van het maximaal toe te laten aantal personen in (een deel van) het bouwwerk indien de melder althans meer personen tegelijk in (dat deel van) het bouwwerk wil gaan toelaten dan op grond van dit besluit, het Bouwbesluit 2003 en de Regeling Bouwbesluit 2003 maximaal is toegestaan.
De noodzaak om in het concrete geval nadere voorwaarden te stellen, moet door burgemeester en wethouders te allen tijde worden gemotiveerd. Indien ook door het stellen van nadere voorwaarden niet een voldoende brandveilig gebruik kan worden bereikt kunnen burgemeester en wethouders besluiten dat de gebruiksmelding niet langer geldig is. Minister Vogelaar heeft er - in een brief richting Tweede Kamer - nadrukkelijk op gewezen dat zij er van uit gaat dat "aanvullende eisen" heel beperkt gebruikt zullen kunnen worden.
Wijzigen nadere voorwaarden gebruiksmelding
Burgemeester en wethouders kunnen de na de melding opgelegde nadere voorwaarden wijzigen wanneer er sprake is van een verandering van inzichten of van omstandigheden gelegen buiten het bouwwerk, opgetreden na de melding die dit noodzakelijk maakt. Ook kunnen de nadere voorwaarden worden gewijzigd op verzoek van de melder.
Burgemeester en wethouders mogen geen gebruik maken van de gegeven mogelijkheden zonder de melder eerst in de gelegenheid te stellen hierover zijn mening te geven.
Zaaksgebonden en onbeperkt
Zowel de gebruiksmelding als de gebruiksvergunning zijn zaakgebonden.Een nieuwe gebruiker die de oude wijze van gebruik voortzet behoeft dus niet opnieuw een melding te doen of een vergunning aan te vragen.
Ook gelden de gebruiksmelding en een gebruiksvergunning in principe onbeperkt. Alleen in de in het besluit genoemde gevallen kan de gebruiksvergunning worden gewijzigd en ingetrokken en de gebruiksmelding worden gewijzigd. Wanneer het bouwwerk en/of het gebruik daarvan wordt veranderd en door die verandering afwijking ontstaat van de bij de gebruiksvergunningaanvraag of -melding verstrekte gegevens, dient een aanvraag tot wijziging van de vergunning respectievelijk een melding van de gewijzigde situatie te worden gedaan. Bij een voorgenomen wijziging van het gebruik zal de gebruiker dus wel moeten beoordelen of het gebruik dan nog steeds aan de criteria voor melding voldoet en zonodig een nieuwe melding voor het gewijzigde gebruik moeten doen.
Gelijkwaardigheid
Dit besluit kent in tegenstelling tot de Mbv een zogenoemde gelijkwaardigheidsbepaling. Deze wijziging heeft in principe geen consequenties voor het bestaande brandveiligheidsniveau. Bij een beroep op gelijkwaardigheid moet tenslotte ten minste dezelfde mate van brandveiligheid worden gerealiseerd als beoogd is met het betrokken voorschrift.
Een beroep op gelijkwaardigheid is mogelijk bij de inhoudelijke voorschriften zoals opgenomen in de paragrafen 2.1 tot en met 2.9.
Hoofdstuk 3 Overgangs- en slotbepalingen
Verleende gebruiksvergunningen worden, conform overgangsrecht, beschouwd als melding dan wel blijven van toepassing als gebruiksvergunning. De overgangsbepalingen zijn zo geformuleerd dat verworven rechten worden gerespecteerd.
- Een vergunning voor brandveilig gebruik verleend voor de inwerkingtreding van dit besluit blijft van toepassing indien en voor zover dit besluit een gebruiksvergunning voorschrijft.
- Een vergunning verleend voor de inwerkingtreding van dit besluit, voor een situatie waar na de inwerkingtreding van dit besluit een melding is voorgeschreven wordt ook beschouwd als een melding.
- Een aanvraag om een gebruiksvergunning gedaan voor inwerkingtreding van dit besluit voor een situatie waar na de inwerkingtreding een melding is vereist, wordt beschouwd als een melding.
- Een aanvraag om gebruiksvergunning gedaan voor inwerkingtreding van dit besluit, voor een situatie waarvoor na inwerkingtreding ook een vergunning nodig is, wordt afgedaan op grond van de voorschriften die golden op het moment van aanvraag van de vergunning. Wanneer de voorschriften na de inwerkingtreding van dit besluit gunstiger voor de aanvrager zijn, staat het hem uiteraard vrij de aanvraag in te trekken en de nieuwe aanvraag of melding te doen op grond van dit besluit.
Voorlichting
Er wordt door VROM een helpdesk ingericht en voorlichtingsmateriaal alsmede een checklist - met daarbij een rekentool voor de bepaling van de maximale bezettingsgraad – ontwikkeld; zie hiervoor http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/bouwregelshttp://www.vrom.nl/gebruiksbesluit. Ook wordt een landelijk, voor alle partijen toegankelijk, kenniscentrum opgericht. Dat centrum is er ter monitoring, verbetering en uniformering van en advisering over de toepassing van de voorschriften daar waar het bevoegd gezag beoordelingsruimte heeft.
Samenvatting Gebruiksbesluit
Gebruiksvergunning(GBV)-plicht:
- meest risicovolle vormen van gebruik
- dagverblijf aan meer dan 10 personen jonger dan 12 jaar (denk aan basisscholen en kinderdagverblijven) of meer dan 10 lichamelijk of verstandelijk gehandicapte personen (zoals dagopvang voor deze groepen).
- bedrijfsmatig of in het kader van verzorging nachtverblijf te bieden aan meer dan 10 personen (denk aan hotels, pensions, verpleeghuizen en gevangenissen;
Gebruiksmelding (Gm)-plicht:
- bouwwerken, gebruik > 50 personen;
- kamergewijze verhuur > 4 personen;
- gelijkwaardige oplossingen (gebruik);
Gebruiksvoorschriften:
- algemeen geldende voorschriften van toepassing op elk gebruik van een bouwwerk;
- aanvullende eisen zijn mogelijk (maatwerk) voor GBV en GM;
- algemeen geldende voorschriften zijn gebaseerd op de 11e serie wijzigingen van de bouwverordening;
- algemeen geldende voorschriften gelden zowel voor nieuwe als voor bestaande bouwwerken;
- artikel 'gelijkwaardigheid' opgenomen in de algemeen geldende voorschriften. Wordt hiervan gebruik gemaakt, dan GM-plicht!
Gevolgen voor de ondernemer:
- bestaande reeds verleende GBV voor bouwwerken die met het Gebruiksbesluit ook GBV-plichtig zijn (bijvoorbeeld hotels) blijven onverminderd van kracht. De gemeente is bevoegd om deze vergunning te wijzigen op basis van nieuwe inzichten of omstandigheden;
- bestaande reeds verleende GBV voor bouwwerken die met het Gebruiksbesluit GM-plichtig zijn, worden beschouwd als een melding als bedoeld in het Gebruiksbesluit. De gemeente kan controleren of aan de voorschriften van het Gebruiksbesluit wordt voldaan.
- bouwwerken die in gebruik zijn zonder een bestaande gebruiksvergunning zijn in strijd met het Gebruiksbesluit en moeten het bestaande of nieuwe gebruik aanvragen (wanneer er een GBV-plicht is, bijvoorbeeld bij een hotel) en melden (wanneer er een GM-plicht is). De ondernemers hebben hierin een eigen verantwoordelijkheid
Contactgegevens
Brandweer Ede
Breelaan 4
6711 MR Ede
Postbus 8142
6710 AC Ede
tel.: (0318) 68 69 11
e-mail: brandweer@ede.nl

