Logboek

Bijlage controle gebruiksmelding/gebruiksvergunning

Controle brandveilig gebruik

U heeft een gebruiksmelding ingediend of een gebruiksvergunning aangevraagd bij de gemeente. De brandweer zal naar aanleiding van deze melding/deze aanvraag een controle uitvoeren. Het doel van deze controle is om te kijken of het gebouw voldoet aan het Bouwbesluit en het Gebruik brandveilig gebruik bouwwerken (verder te noemen het Gebruiksbesluit). Tijdens de controle wordt er gekeken of het gebouw gebruikt wordt conform hoofdstuk 2 van het Gebruiksbesluit.
In één van de voorschriften van het Gebruiksbesluit staat dat het verplicht is een logboek beschikbaar te hebben. Tijdens de controle zal naar dit logboek worden gevraagd. Het is aan u om er zorg voor te dragen dat er een logboek aanwezig is. In deze bijlage wordt in het kort aangegeven welke informatie in het logboek aanwezig behoort te zijn.

Het logboek

In het logboek moeten alle gebeurtenissen staan die relevant zijn voor de brandveiligheid. Ook bevat het logboek de gebruiksvergunning, gebruiksmelding of een kopie hiervan, certificaten en het onderhoudscontract van installaties en onderhoudsrapporten.

 

Verder staan alle buitengebruikstellingen, onderhouds- en controleactiviteiten en storings- en alarmmeldingen van de aanwezige installaties erin. Ten slotte moeten in het logboek ook een ontruimingsplan en verslagen van de ontruimingsoefeningen aanwezig zijn. Het logboek moet desgevraagd direct ter inzage worden gegeven aan degenen die toezien op de naleving van het Gebruiksbesluit. Dit kunnen zijn: de politie (algemene opsporingsbevoegdheid), bouw- en woningtoezicht (voorschriften bouwverordening) of de brandweer (brandveiligheidsvoorschriften). Voor gebouwen met de reguliere woonfunctie of ‘overige kleine gebruiksfuncties’ met een gebruiksoppervlakte kleiner dan vijftig vierkante meter die niet voor het publiek toegankelijk zijn, is geen logboek nodig.

 

 

Brandveiligheidsvoorzieningen in het logboek

Het is dus verplicht dat er voor uw bouwwerk een logboek beschikbaar is waarin informatie is opgenomen over de staat van de in het gebouw aanwezige brandveiligheidsvoorzieningen. Het logboek geeft een overzicht van alle buitengebruikstelling, onderhouds- en controleactiviteiten en storings- en alarmmeldingen die hebben plaatsgevonden voor de onderstaande installaties of voorzieningen in uw gebouw(en). Uiteraard geldt dit alleen voor de installatie(s) of voorziening(en) die in uw gebouw aanwezig zijn. Hieronder wordt per brandveiligheidsvoorzieningen in het kort de benodigde informatie in het logboek weergegeven. Bij elke voorziening wordt het betreffende artikelnummer uit het Gebruiksbesluit weergegeven.

Brand- en rookwerende doorvoeren ( artikel 2.1.6 en 2.3.4 )

 

Het is verplicht dat in het logboek de documenten zitten waaruit blijkt dat de doorvoeringen in een brand- of rookwerende scheidingsconstructie die brandwerend of rookwerend zijn behandeld op adequate wijze zijn gecontroleerd. Tevens worden al het onderhoud en de controleactiviteiten geregistreerd in het logboek.

 

Aanvullende behandeling constructieonderdelen ( artikel 2.1.7 )

Als in uw gebouw constructieonderdelen aanwezig zijn die uitsluitend met een aanvullende behandeling de vereiste prestaties ten aanzien van brandwerendheid en brandvoortplanting blijven leveren dan maakt het door burgemeester en wethouders aanvaarde document waaruit blijkt dat deze voorziening adequaat functioneert, wordt onderhouden en gecontroleerd onderdeel uit van het logboek. Denk bij deze constructieonderdelen aan onderdelen die brandvertragend zijn geïmpregneerd, voorzien zijn van brandwerende verf of coating, etc.

 

Brandmeld- en/of ontruimingsinstallatie ( artikelen 2.2.1 en 2.3.6 )

Het is verplicht dat in het logboek de documenten zitten waaruit blijkt dat het beheer, de controle en het onderhoud van de installatie(s) wordt uitgevoerd conform de richtlijnen. Als de brandmeldinstallatie doormeldt naar de regionale alarmcentrale van de brandweer dan is een geldig certificaat noodzakelijk als bedoeld in de regeling brandmeldinstallaties 2002. Als dit niet het geval is dan kan worden volstaan met een installatie attest waaruit blijkt dat de brandmeld- en/of ontruimingsalarminstallatie voldoet aan de NEN 2535 en de NEN 2575. Tevens wordt al het onderhoud, de controleactiviteiten en de storing- en alarmmeldingen geregistreerd in het logboek.

Rookmelders woonfunctie ( artikel 2.2.2 )

Indien rookmelders voor een woonfunctie zijn voorgeschreven volgens de NEN 2555 dan dienen de rookmelders overeenkomstig de NEN 2555 te worden gecontroleerd.

 

Rookbeheersingssyteem ( artikel 2.3.9 )

Het is verplicht dat in het logboek de documenten (o.a. een installatie attest) zitten waaruit blijkt dat deze voorziening adequaat functioneert, wordt onderhouden en gecontroleerd. Tevens worden al het onderhoud, de controleactiviteiten en de storing- en alarmmeldingen geregistreerd in het logboek.

 

Het ontruimingsplan en verslagen van ontruimingsoefeningen ( artikel 2.3.6 / 2.10.1, lid 3 c )

Als in uw gebouw een ontruimingsalarminstallatie aanwezig is dan is het verplicht dat u een ontruimingsplan heeft. Het ontruimingsplan en de verslagen van de ontruimingsoefeningen maken onderdeel uit van het logboek.

 

Automatische brandblusinstallatie ( artikel 2.5.1 )

Het is verplicht dat in het logboek de documenten (o.a. een installatie attest) zitten waaruit blijkt dat deze voorziening adequaat functioneert, wordt onderhouden en gecontroleerd. Tevens worden al het onderhoud, de controleactiviteiten en de storing- en alarmmeldingen geregistreerd in het logboek.


Voor de onderstaande voorzieningen worden de documenten in het logboek gevoegd waaruit blijkt dat de benodigde onderhoud- en controleactiviteiten zijn uitgevoerd. Daarnaast worden eventuele storingen of buitengebruikstellingen geregistreerd.

de vluchtrouteaanduiding                                              ( artikel 2.3.7 )
de noodverlichtingsinstallatie(s)                                    ( artikel 2.3.8 )
de brandslanghaspels met de eventueel
   daarbij behorende pompinstallatie                             ( artikel 2.4.1 )
de mobiele blustoestellen                                              ( artikel 2.4.2 )
de brandweerlift(en)                                                      ( artikel 2.6.3 )
blusleiding(en) en de daarbij behorende  
   pompinstallatie                                                            ( artikel 2.7.1 )
brandkraan en bluswaterwinplaats                                ( artikel 2.7.2 )

Voor vragen of nadere informatie kunt u bellen met terecht bij de afdeling Preventie op telefoonnummer (0318) 686 943